Energie-investeringsaftrek (EIA) 2026: hoe onderbouwt u dit fiscale voordeel bij een zakelijke klant?

Door Pascal van Eijden · 8 juli 2026 · 5 min leestijd

Kernpunten

  • De EIA levert in 2026 een extra aftrek van 40% van het investeringsbedrag op de fiscale winst op, bovenop de reguliere afschrijving; het budget bedraagt €460 miljoen.
  • Per bedrijfsmiddel geldt een minimale investering van €2.500, met een maximum van €155 miljoen aftrekbare investeringen per onderneming per kalenderjaar.
  • De Energielijst 2026 stelt per categorie eigen eisen: zonnepanelen vanaf 15 kWp gecombineerd piekvermogen, warmtepompen met SCOP ≥ 4,5 en halogeenvrij koudemiddel, laadpalen die publiek toegankelijk zijn (AC ≥ 11 kW, DC ≥ 20 kW).
  • Meld de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting (opdrachtbevestiging) bij de RVO — een te late melding kost de aftrek definitief, ook als de investering verder aan alle eisen voldoet.

Bij een zakelijke klant met een bedrijfsdak, wagenpark of bedrijfspand is niet de ISDE, maar de energie-investeringsaftrek (EIA) het relevante fiscale instrument: in 2026 mag de ondernemer 40% van het investeringsbedrag in zonnepanelen, een warmtepomp of laadinfrastructuur extra aftrekken van de fiscale winst, bovenop de reguliere afschrijving. De aftrek geldt alleen als het bedrijfsmiddel voldoet aan de specifieke eisen van de Energielijst 2026 én binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting bij de RVO wordt gemeld.

Wat is de energie-investeringsaftrek precies?

De EIA is geen subsidie die wordt uitgekeerd, maar een fiscale aftrekpost: de ondernemer trekt een percentage van het investeringsbedrag extra af van de fiscale winst, naast de gebruikelijke afschrijving. Dat verlaagt de te betalen inkomsten- of vennootschapsbelasting. De regeling staat open voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen die op de jaarlijkse Energielijst van de RVO staan — van zonnepanelen op een bedrijfsdak tot warmtepompen en laadinfrastructuur.

Dit onderscheidt de EIA nadrukkelijk van de ISDE, die is gericht op particuliere woningeigenaren en een directe subsidie uitkeert. Zodra de investering op naam van een onderneming staat en zakelijk wordt gebruikt, is de EIA het instrument om over te adviseren, niet de ISDE.

Hoeveel levert de EIA in 2026 concreet op?

Het aftrekpercentage voor 2026 bedraagt 40% van het investeringsbedrag waarvoor een EIA-verklaring is afgegeven. Voor de regeling is in 2026 in totaal €460 miljoen beschikbaar. Per bedrijfsmiddel geldt een minimale investering van €2.500; per onderneming komt maximaal €155 miljoen aan energie-investeringen per kalenderjaar voor de aftrek in aanmerking.

Fiscaal voordeel van de EIA berekenen

aftrekbaar bedrag = 40% × investeringsbedrag

Voorbeeld: 40% × € 50.000 (zonnepanelen bedrijfsdak) = € 20.000

belastingvoordeel = aftrekbaar bedrag × vpb-tarief

Tot € 200.000 winst (19% vpb): € 20.000 × 19% = € 3.800

Boven de schijfgrens (25,8% vpb): € 20.000 × 25,8% = € 5.160

Dit voordeel komt bovenop de reguliere afschrijving van het bedrijfsmiddel — de EIA is een extra aftrekpost, geen vervanging daarvan. Het daadwerkelijke belastingvoordeel hangt af van het vennootschapsbelastingtarief (of het inkomstenbelastingtarief bij een eenmanszaak of vof) dat op de winst van uw klant van toepassing is.

Aan welke eisen moet de investering voldoen?

De Energielijst 2026 stelt per categorie eigen technische eisen. Een offerte die daar niet expliciet op aansluit, kan een klant achteraf de aftrek kosten:

  • Zonnepanelen: het moet gaan om een groter aantal panelen met een gecombineerd piekvermogen van minimaal 15 kWp per aansluiting. Het maximale gecombineerde vermogen is in 2026 verhoogd naar 100 kWp per aansluiting, wat ook grotere kantoor-, zorg-, onderwijs- en logistieke daken interessant maakt.
  • Warmtepompen: alleen elektrisch aangedreven warmtepompen met een halogeenvrij koudemiddel, op basis van een open of gesloten bodembron, en met een minimale SCOP van 4,5 komen in aanmerking. Een lucht/water-warmtepomp valt in 2026 buiten de EIA, tenzij deze een halogeenvrij koudemiddel gebruikt. Een gasketel is in geen enkel pakket meer subsidiabel via de EIA, ook niet als onderdeel van een hybride oplossing.
  • Laadinfrastructuur: een oplaadpunt moet publiek toegankelijk zijn — zonder slagboom voor derden, met redelijke openingstijden en een betaalmogelijkheid — en voldoen aan een minimumvermogen van AC ≥ 11 kW of DC ≥ 20 kW met een vaste CCS- of CHAdeMO-connector. Een puur interne laadpaal voor het eigen wagenpark valt daarmee vaak buiten deze categorie.

Voor zakelijke laadpleinen speelt bovendien de netcapaciteit op de locatie een rol bij de haalbaarheid van de aansluiting zelf — lees daarover ook ons artikel over de netcongestie-wachtlijst voor zakelijke aansluitingen.

Hoe combineert u de EIA met KIA, MIA en SPRILA?

De EIA is te combineren met de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), mits aan de KIA-voorwaarden wordt voldaan. De EIA is niet te combineren met de milieu-investeringsaftrek (MIA) voor hetzelfde bedrijfsmiddel: uw klant kiest per investering voor één van de twee. Bij laadinfrastructuur die onder de SPRILA-regeling (Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven) is aangevraagd, moet de al ontvangen SPRILA-subsidie verplicht in mindering worden gebracht op de EIA-aftrekbasis — deze subsidies zijn dus niet los van elkaar op te tellen.

Hoe en wanneer meldt u de investering bij de RVO?

De melding gebeurt via het eLoket van de RVO, en moet binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting — doorgaans het moment van ondertekenen van de offerte of opdrachtbevestiging, niet de factuurdatum — zijn ingediend. Wie deze termijn mist, verliest de aftrek definitief, ook als het bedrijfsmiddel verder volledig aan de Energielijst voldoet. Elke categorie op de Energielijst heeft een eigen code; de klant heeft de juiste technische specificaties (vermogen, SCOP, koudemiddel, laadvermogen) nodig om bij de melding de juiste categorie te kunnen aanvinken.

Wat is uw rol als installateur in dit traject?

Net als bij de ISDE geldt: u onderbouwt de technische kant, de klant (of diens accountant) verzorgt de fiscale melding en aangifte. Een offerte die het vermogen, de SCOP, het koudemiddel of het laadvermogen niet expliciet benoemt, bemoeilijkt de melding onnodig. Wijs uw klant daarnaast proactief op de driemaandentermijn: dit is een moment waarop installateur en opdrachtgever elkaar makkelijk mislopen, terwijl de aftrek daardoor onnodig verloren gaat.

Vermeld in het adviesgesprek expliciet dat de EIA een fiscaal voordeel is, geen garantie: de daadwerkelijke besparing hangt af van de winst en het toepasselijke belastingtarief van de klant, en de definitieve beoordeling ligt bij de RVO en de Belastingdienst.

Hoe EnerCalculatie hiermee omgaat

EnerCalculatie berekent voor zakelijke installaties het technische vermogen en rendement van zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen, zodat de kerngegevens die de RVO voor een EIA-melding vraagt direct in het adviesrapport staan. Zo onderbouwt u niet alleen het energetische rendement, maar ook de aansluiting op de eisen van de Energielijst, in één samenhangend dossier. Bekijk de rekentool zonnepanelen, rekentool warmtepomp of rekentool laadpaal voor de specifieke berekeningsmogelijkheden.

Gratis PDF

Ontvang de ROI-gids voor installateurs

Een praktische gids met rekenmethodes en voorbeeldberekeningen voor de terugverdientijd van zonnepanelen, thuisbatterijen en warmtepompen. Meld u aan en ontvang de PDF direct in uw inbox.