Door Pascal van Eijden · 24 augustus 2026 · 4 min leestijd
Kernpunten
Het berekenen van de totale jaaropbrengst van zonnepanelen op meerdere dakvlakken gebeurt door de verwachte opbrengst per afzonderlijk dakvlak te berekenen (op basis van vermogen, hellingshoek en oriëntatie) en deze bij elkaar op te tellen. Het combineren van afwijkende oriëntaties beïnvloedt niet alleen het totale rendement, maar ook de belasting van de netaansluiting en de keuze voor de juiste omvormer.
Om de totale jaaropbrengst van een installatie op meerdere dakvlakken te bepalen, wordt de verwachte opbrengst per afzonderlijk dakvlak berekend. Deze berekening vindt plaats op basis van het vermogen, de hellingshoek en de oriëntatie per dakvlak. Vervolgens worden de uitkomsten van deze afzonderlijke berekeningen bij elkaar opgeteld.
Volgens de NEN-normering voor energieprestatieberekeningen dient voor elk dakvlak de specifieke zoninstraling (in kWh/m²) te worden vermenigvuldigd met:
Niet elk dakvlak ontvangt evenveel zonne-energie. De oriëntatie en de hellingshoek bepalen de hoeveelheid instraling:
Een oost-westverdeling van panelen vlakt de piekproductie rond het middaguur af. Doordat de stroomopwekking beter over de dag wordt gespreid, kan de piekbelasting op de netaansluiting worden verminderd.
Wanneer panelen op verschillende dakvlakken met een afwijkende oriëntatie of hellingshoek worden aangesloten, zijn er specifieke technische oplossingen nodig om rendementsverliezen te voorkomen:
Als panelen met verschillende oriëntaties worden aangesloten op een standaard string-omvormer, worden deze op gescheiden MPPT-ingangen (Maximum Power Point Tracker) geplaatst. Dit voorkomt rendementsverliezen door onderlinge beïnvloeding van de verschillende dakvlakken.
Bij het gebruik van power optimizers per paneel kan elk paneel afzonderlijk op zijn maximale vermogenspunt werken. Hierdoor is het mogelijk om panelen op verschillende dakvlakken en hellingshoeken in een enkele string te combineren.
Volgens de Netcode Elektriciteit geldt dat invoeding boven 16A (3,68 kVA) over meerdere fases verdeeld dient te worden om fase-onbalans te voorkomen. Omvormers groter dan circa 3,68 kW worden in de praktijk daarom aangesloten op een 3-fase omvormer. Boven 5 kW aan omvormervermogen is een 3-fase aansluiting in veel gevallen noodzakelijk om onbalans in het net te voorkomen.
Bij de elektrische aansluiting van de omvormer in de groepenkast stelt de NEN 1010 duidelijke eisen aan overstroombeveiliging en selectiviteit:
Je berekent per dakvlak de opbrengst door de zoninstraling (kWh/m²) te vermenigvuldigen met het piekvermogen (kWp) en de systeemefficiëntie. Daarna tel je de uitkomsten van alle vlakken bij elkaar op.
Kies een string-omvormer met meerdere gescheiden MPPT-ingangen (één per dakvlak) of gebruik power optimizers per paneel voor een individuele regeling.
Volgens de Netcode Elektriciteit moet een invoeding boven 16A (3,68 kVA) over meerdere fases verdeeld worden. Boven 5 kW is een 3-fase aansluiting vrijwel altijd noodzakelijk.
Hoe bereken je de opbrengst van zonnepanelen op verschillende dakvlakken?
Je berekent per dakvlak de opbrengst door de zoninstraling (kWh/m²) te vermenigvuldigen met het piekvermogen (kWp) en de systeemefficiëntie. Daarna tel je de uitkomsten van alle vlakken bij elkaar op.
Welke omvormer is geschikt bij meerdere oriëntaties?
Kies een string-omvormer met meerdere gescheiden MPPT-ingangen (één per dakvlak) of gebruik power optimizers per paneel voor een individuele regeling.
Wanneer is een 3-fase omvormer verplicht?
Volgens de Netcode Elektriciteit moet een invoeding boven 16A (3,68 kVA) over meerdere fases verdeeld worden. Boven 5 kW is een 3-fase aansluiting vrijwel altijd noodzakelijk.
Vul postcode en jaarverbruik in en zie binnen enkele seconden een echte, live berekening — geen account, geen upload nodig. Wilt u daarna het volledige whitelabel-rapport voor uw klant? Upload dan de energienota en genereer het in 2 minuten.